ECLI:NL:GHAMS:2022:1414
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige publicatie over bankmedewerkers, advocaten en notarissen moet worden verwijderd
Stichting Vrouwe Justitia in Verval publiceerde op haar websites en sociale media uitlatingen over medewerkers van ING, advocaten en notarissen, waarin zij werden beschuldigd van misdrijven, bedrog en corruptie. Deze uitingen vonden hun oorsprong in een jarenlang juridisch conflict tussen de voorzitter van de stichting en ING, waarbij de voorzitter in meerdere procedures in het ongelijk werd gesteld.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de uitlatingen onrechtmatig waren omdat zij onvoldoende feitelijke steun hadden en onnodig grievend waren, mede door het gebruik van namen en foto's van betrokkenen. De stichting ging in hoger beroep tegen dit oordeel, stellende dat de vrijheid van meningsuiting werd beperkt en dat de feiten juist waren weergegeven.
Het hof bevestigde het oordeel van de voorzieningenrechter. Het stelde vast dat de beschuldigingen feitelijk onjuist waren en dat het gebruik van persoonlijke gegevens onnodig was voor het doel van de publicaties. De vrijheid van meningsuiting werd erkend, maar de beperking was gerechtvaardigd ter bescherming van de eer en goede naam van de betrokkenen.
De stichting werd veroordeeld om de onrechtmatige uitlatingen en persoonlijke gegevens te verwijderen en in de kosten van het hoger beroep veroordeeld. Het arrest bevestigt de grenzen van de vrijheid van meningsuiting bij het doen van ernstige beschuldigingen zonder voldoende feitelijke onderbouwing.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt de stichting tot verwijdering van onrechtmatige uitlatingen en persoonlijke gegevens.