ECLI:NL:GHAMS:2022:1490
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens noodweer bij bijten in kin tijdens nekklem in kapperszaak
Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep het vonnis van de politierechter vernietigd en verdachte vrijgesproken van mishandeling. De tenlastelegging betrof het bijten in de kin van de benadeelde tijdens een woordenwisseling in een kapperszaak.
Het hof baseerde zich op de verklaring van een objectieve getuige die aanwezig was bij het incident. Volgens deze verklaring ontstond een woordenwisseling die uitmondde in een fysieke confrontatie waarbij de benadeelde de verdachte in een nekklem pakte. De verdachte beet toen in de kin van de benadeelde om los te komen omdat hij het gevoel had te stikken.
Het hof oordeelde dat deze nekklem een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding vormde, waartegen de verdachte zich mocht verdedigen. Het terugkeren van de verdachte in de kapperszaak na de woordenwisseling maakte geen gezochte confrontatie. De gebruikte verdedigingsmethode was proportioneel gezien de situatie.
Daarom slaagde het beroep op noodweer en kon mishandeling niet worden bewezen. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde werd afgewezen omdat de verdachte niet schuldig werd verklaard. De benadeelde kan de schadevordering alleen bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens noodweer bij het bijten in de kin tijdens een nekklem.