Uitspraak
Onderzoek van de zaak
22 december 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv), naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Gerechtshof Amsterdam
In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter vernietigd en komt tot een andere bewezenverklaring. De verdachte werd ten laste gelegd dat zij in de periode van 22 juli 2016 tot en met 20 december 2018 als houder van een shetlandpony en een paard de nodige verzorging aan deze dieren zou hebben onthouden, met name het niet voorzien van noodzakelijke medische zorg en het ontbreken van een schone en gezonde leefruimte.
Het hof spreekt de verdachte vrij van het onthouden van een schone en gezonde leefruimte aan het paard, omdat dit niet wettig en overtuigend bewezen kon worden. Wel wordt bewezen verklaard dat de verdachte in de periode van 1 oktober 2018 tot en met 20 december 2018 aan haar shetlandpony noodzakelijke medische zorg heeft onthouden, waardoor het dier een ernstig aangetast gebit had. Dit leidde tot pijn en uiteindelijk tot euthanasie van het dier.
De verdachte heeft erkend dat zij de dieren verzorgde, maar het hof oordeelt dat zij onvoldoende zorg heeft gedragen voor het gebit van de shetlandpony, ondanks haar kennis van de gezondheidstoestand. Gezien de ernst van de situatie en de duur van het bewezenverklaarde feit, acht het hof een voorwaardelijke taakstraf niet opportuun en legt het geen straf of maatregel op. Wel verklaart het hof de shetlandpony verbeurd.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 5 januari 2022.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld voor het onthouden van noodzakelijke medische zorg aan haar shetlandpony in beperkte periode, vrijgesproken van overige tenlasteleggingen, geen straf opgelegd en shetlandpony verbeurd verklaard.