Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Verder verloop van het geding
3.Verdere beoordeling
in het middenvan de printer bevindt.”
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak staat de hoofdelijke aansprakelijkheid van de echtgenote van een heftruckchauffeur centraal, die betrokken was bij een schadeincident tijdens het tillen van een kist met een zware printer op het terrein van de opdrachtgever. De rechtbank had eerder de echtgenoot veroordeeld en de echtgenote aansprakelijk gesteld op grond van huwelijkse voorwaarden.
In hoger beroep is het onrechtmatig handelen van de echtgenoot niet betwist, maar gaat het om de vraag naar het causaal verband tussen zijn handelen en de schade, alsmede de eigen schuld van de opdrachtgever. Diverse deskundigenrapporten zijn besproken, waarbij het zwaartepunt van de printer en de kist centraal stond. Het hof acht het rapport van een ingenieur, gebaseerd op metingen, het meest overtuigend en concludeert dat het zwaartepunt excentrisch was.
Het hof oordeelt dat de heftruckchauffeur fouten heeft gemaakt door niet te letten op een duidelijke waarschuwing op de kist en onvoldoende controle uit te oefenen. De opdrachtgever heeft ook fouten gemaakt door onjuiste gewichtsinformatie te verstrekken. De schadeverdeling wordt vastgesteld op 60% voor de echtgenoot en 40% voor de opdrachtgever, waarbij de echtgenote hoofdelijk aansprakelijk blijft. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst de schadevergoeding en kosten toe met deze verdeling.
Uitkomst: Appellante wordt hoofdelijk aansprakelijk gehouden voor 60% van de schadevergoeding en kosten, het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst de schadevergoeding en kosten toe met een schadeverdeling van 60% voor de echtgenoot en 40% voor de opdrachtgever.