ECLI:NL:GHAMS:2022:1672

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
2 juni 2022
Publicatiedatum
2 juni 2022
Zaaknummer
23-004503-19
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 SrArt. 417bis SrArtikel 422 SvOpiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte in hoger beroep wegens onvoldoende bewijs diefstal en drugsbezit

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 28 november 2019. Verdachte werd beschuldigd van meerdere feiten, waaronder diefstal uit een auto, het bezit van een vermoedelijk gestolen telefoon, het telen en verhandelen van hasjiesj, en het verbergen van de herkomst van diverse goederen.

Na onderzoek van het dossier, aanvullende proces-verbalen en ter zitting bekeken camerabeelden, oordeelde het hof dat onvoldoende bewijs bestond om verdachte te verbinden aan de diefstal uit de auto. Ook was niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat de telefoon die hij bezat gestolen was. Ten aanzien van de drugsgerelateerde feiten kon niet worden vastgesteld dat verdachte betrokken was bij het binnenbrengen van de aangetroffen hoeveelheden hasjiesj in de penitentiaire inrichting.

De tenlasteleggingen met betrekking tot het verbergen van de herkomst van goederen werden eveneens niet bewezen geacht. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. Tevens wees het hof de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie af en gelastte de teruggave van in beslag genomen goederen.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-004503-19
datum uitspraak: 1 juni 2022
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 28 november 2019 in de strafzaak onder de parketnummers 13-698346-19 en 13-741154-17 (TUL) tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2000,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
18 mei 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in hoger beroep door het gerechtshof toegelaten wijziging is aan de verdachte tenlastegelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 17 mei 2019 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een auto heeft weggenomen
 een Canon 6d Mark I DSLR camera ter waarde van 600 Amerikaanse dollars en/of
 een Sennheisser mkh8060 microfoon ter waarde van 1200 Amerikaanse dollars en/of
 een Small HD monitor / een klein beeldscherm ter waarde van 500 Amerikaanse dollars en/of
 een Camera Rig Cage / een camerahouder ter waarde van 90 Amerikaanse dollars en/of
 een Sony Lavalier microfoon ter waarde van 600 Amerikaanse dollars en/of
 diverse lichten ter waarde van 40 Amerikaanse dollars en/of
 een Canon cameralens 16-35mm ter waarde van 1100 Amerikaanse dollars en/of
 een Canon cameralens 70-390mm ter waarde van 700 Amerikaanse dollars en/of
 een rugzak ter waarde van 150 Amerikaanse dollars en/of
 een ten name van [slachtoffer 1] gesteld Amerikaans paspoort en/of
 een of meerdere (overige) goederen en/of geldbedragen,
geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1], in ieder geval aan een ander dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededaders, waarbij hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot die/dat auto en/of goed(eren) en/of geldbedrag(en) heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) en/of geldbedrag(en) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;
2.
primairhij op of omstreeks 29 maart 2019 te Amsterdam, althans in Nederland, een Samsung S8 telefoon (met IMEI-nummer [nummer]) heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat het (een) door diefstal, in elk geval (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof; (art. 416/417bis Wetboek van Strafrecht)
2.
subsidiair
hij op of omstreeks 29 maart 2019 te Amsterdam, althans in Nederland, een Samsung S8 telefoon (met IMEI-nummer [nummer]) heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet, en/of van voornoemde voorwerp(en) gebruik heeft gemaakt, terwijl hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren/was uit enig misdrijf;
3.
hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2019 tot en met 27 augustus 2019 te Amsterdam en/of Zaanstad, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd (aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5]), in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad een of meerdere (grote) hoeveelheden van een materiaal bevattende hasjiesj, waaronder
 ( (minimaal) 18,4 gram hasjiesj, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende hasjiesj, zoals aangetroffen onder [slachtoffer 3] en/of
 ( (minimaal) 0,25 gram hasjiesj en/of een halve joint, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende hasjiesj, zoals aangetroffen onder I. [slachtoffer 4] en/of
 ( (minimaal) 1,95 gram hasjiesj en/of een halve joint, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende hasjiesj, zoals aangetroffen onder [slachtoffer 5],
zijnde (telkens) een of meerdere middel(en) als bedoeld als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
4.
hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 26 oktober 2018 tot en met
27 augustus 2019 te Amsterdam en/of te Den Haag, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (van) een of meerdere voorwerp(en), te weten
 een grote hoeveelheid dure/exclusieve merkkleding en/of -schoenen en/of
 accessoires (waaronder jassen en/of truien en/of broeken en/of tassen van het/de merk(en) Canada Goose en/of Louis Vuitton en/of Gucci en/of Cavallaro en/of Moncler) en/of
 een of meerdere scooters (waaronder die met kentekens [kenteken 1] en/of [kenteken 2])
a. de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op voornoemd(e) voorwerp(en) was, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie voornoemd(e) voorwerp(en) voorhanden heeft gehad en/of b. heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, en/of van voornoemd(e) voorwerp(en) gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat dat/die voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan in beginsel worden bevestigd, omdat het hof niet komt tot andere overwegingen en beslissingen dan die van de rechtbank ten aanzien van de feiten die in eerste aanleg aan het oordeel van de rechtbank waren onderworpen. Nu het hof echter, gelet op de in hoger beroep toegestane wijziging van de tenlastelegging, is gehouden een beslissing te nemen over de onderdelen die in hoger beroep aan de tenlastelegging zijn toegevoegd, zal het vonnis waarvan beroep worden vernietigd. Daarbij zal het hof grotendeels de overwegingen van de rechtbank overnemen en de overwegingen en beslissingen met betrekking tot de in hoger beroep aan de tenlastelegging toegevoegde onderdelen aanvullen.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf gelijk aan de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht.

Vrijspraak

Feit 1
Het hof stelt op grond van de inhoud van het dossier – daarbij mede gelet op het in hoger beroep aanvullend opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van 10 oktober 2020 (nummer 20191055530) en de ter terechtzitting in hoger beroep bekeken camerabeelden – vast dat de verdachte op 17 mei 2019 deel uitmaakte van een groep personen die opvallend veel interesse toonde voor voertuigen die geparkeerd stonden in de directe omgeving vaneen voertuig waarin even later is ingebroken. De verdachte reed ongeveer ten tijde van die inbraak als bestuurder van een scooter voorbij die plek. De bijrijder gooide vanaf de rijdende scooter die de verdachte op dat moment bestuurde, kort na een inbraak een zwart voorwerp weg. Nog daargelaten de vraag of uit de inhoud van het dossier voldoende is gebleken dat dit zwarte voorwerp van de tenlastegelegde inbraak afkomstig was, zijn de voornoemde omstandigheden naar het oordeel van het hof weliswaar verdacht te noemen, maar onvoldoende om met een voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid te kunnen vaststellen of en, zo ja welke rol de verdachte bij die inbraak heeft gehad, zodat de verdachte van het onder 1 tenlastegelegde moet worden vrijgesproken.
Feit 2
Het hof stelt op grond van de inhoud van het dossier vast dat op 9 januari 2019 aangifte is gedaan van een diefstal van (onder andere) een telefoon van het merk Samsung. Bij de verdachte wordt op
29 maart 2019 dezelfde telefoon aangetroffen. De verdachte heeft over de herkomst van deze telefoon verklaard dat hij de telefoon in februari 2019 heeft gekocht in een winkel in Tetouan in Marokko voor een bedrag van € 140,00.
Ten aanzien van het onder 2 primair tenlastegelegde is het hof van oordeel dat onvoldoende is gebleken dat de verdachte ten tijde van het verkrijgen van de telefoon wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de telefoon van diefstal afkomstig was.
Ten aanzien van het onder 2 subsidiair tenlastegelegde is het hof van oordeel dat de verdachte een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk verklaring heeft gegeven over de herkomst van de telefoon en dat het openbaar ministerie nader onderzoek naar die verklaring had kunnen verrichten. Nu nader onderzoek naar de verklaring van de verdachte door het openbaar ministerie achterwege is gebleken, kan niet worden geoordeeld dat de verdachte wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de telefoon van diefstal afkomstig was.
Het hof acht aldus niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 2 primair en subsidiair ten laste is gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.
Feit 3
Het hof stelt op grond van de inhoud van het dossier vast dat in de periode van 4 juli 2019 tot en met
8 augustus 2019 door een aantal personen telefoongesprekken zijn gevoerd waarvan de inhoud sterk de indruk wekt dat door de deelnemers aan die gesprekken plannen worden gemaakt voor het op een of meerdere momenten binnenbrengen van contrabande in de penitentiaire inrichting. Op 19 augustus 2019 is in de cel van [slachtoffer 3] 18,4 gram hasjiesj, in de cel van [slachtoffer 4] 0,25 gram hasjiesj en in de cel van [slachtoffer 5] 1,95 gram hasjiesj aangetroffen.
Het hof stelt voorts vast dat de tenlastelegging, ook na de toegelaten wijziging daarvan in hoger beroep, zeer specifiek is toegespitst op de voornoemde aangetroffen hoeveelheden hasjiesj. De gesprekken lijken echter met name te gaan over telefoons en in veel mindere mate over verdovende middelen. De mogelijk relevante gesprekken liggen in tijd bovendien ver voor 19 augustus 2019, zijnde de datum waarop de verdovende middelen in de cel van voornoemde personen zijn aangetroffen. Het hof is dan ook van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat de specifiek tenlastegelegde hoeveelheden hasjiesj (mede) door toedoen van de deelnemers aan die gesprekken in de penitentiaire inrichting terecht zijn gekomen, zodat de vraag of de verdachte aan die gesprekken heeft deelgenomen onbeantwoord kan blijven en de verdachte van het onder 3 tenlastegelegde moet worden vrijgesproken.
Feit 4
Met de raadsman en de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen de verdachte onder 4 is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van Amsterdam van
19 oktober 2017 opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 44 dagen. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
Nu de verdachte zal worden vrijgesproken van het tenlastegelegde zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden afgewezen.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 primair en subsidiair, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Gelast de
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen.
Wijst af de vordering van de officier van justitie in het arrondissement te Amsterdam van
12 september 2019, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 19 oktober 2017, parketnummer 13-741154-17, voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie voor de duur van 44 dagen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.A.G. Nijman, mr. J.W.P. van Heusden en mr. J.J.J. Schols, in tegenwoordigheid van
mr. L. van Dijk, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
1 juni 2022.
Mr. J.J.J. Schols is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]