Verzoeker diende een verzoek tot schadevergoeding in wegens geleden schade door voorlopige hechtenis en overige schadeposten. Het hof oordeelde dat verzoeker ontvankelijk was ondanks het ontbreken van ondertekening, mede vanwege zijn persoonlijkheidsproblematiek.
De feiten betreffen een strafzaak waarin verzoeker is veroordeeld en ontoerekeningsvatbaar is verklaard. De voorlopige hechtenis duurde van 2 augustus 2018 tot 26 november 2021, waarbij het hof slechts 127 dagen vergoeding toekent vanwege noodzakelijke geestelijke onderzoeken en procesverloop.
Het hof kent een vergoeding toe van €12.700 voor de voorlopige hechtenis en €680 voor de kosten van rechtsbijstand in de verzoekschriftprocedure. Andere schadeposten worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing of niet in aanmerking komende grondslagen.
De beschikking is uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 12 april 2022 en de uitbetaling wordt bevolen.