ECLI:NL:GHAMS:2022:1812
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vervangende toestemming erkenning vaderschap en handhaving voogdij bij gecertificeerde instelling
In deze civiele zaak staat de erkenning van het vaderschap en de voogdij over een minderjarige centraal. De moeder van de minderjarige is overleden, waarna de vader vervangende toestemming vroeg om het kind te erkennen. De rechtbank had deze toestemming verleend en de gecertificeerde instelling (GI) tot voogd benoemd. De halfzussen van de minderjarige gingen in hoger beroep tegen de erkenning en de voogdij.
Het hof oordeelt dat de vader weliswaar de biologische verwekker is en dat de minderjarige recht heeft op erkenning, maar dat de turbulente gezinssituatie, het verleden van huiselijk geweld, middelengebruik en de emotionele spanningen tussen de families een reëel risico vormen voor de sociaalpsychologische en emotionele ontwikkeling van het kind bij erkenning. Daarom vernietigt het hof de vervangende toestemming voor erkenning.
Ten aanzien van de voogdij bevestigt het hof dat de GI als neutrale derde het beste in het belang van de minderjarige kan beslissen, gezien de aanhoudende spanningen en onduidelijkheden in de opvoedsituatie bij de vader. Het verzoek van de vader om gezag of voogdij wordt afgewezen, evenals het verzoek om de hoofdverblijfplaats bij hem te laten zijn. De voogdij blijft bij de GI, en de eerdere beschikking wordt bekrachtigd.
Uitkomst: De vervangende toestemming voor erkenning van het vaderschap wordt vernietigd en de voogdij blijft bij de gecertificeerde instelling.