ECLI:NL:GHAMS:2022:1814
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging uithuisplaatsing minderjarige wegens gebrek aan rust en structuur
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de kinderrechter waarin een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige is verleend. De moeder verzet zich tegen de uithuisplaatsing, terwijl de gecertificeerde instelling (GI) en de Raad voor de Kinderbescherming het belang van de uithuisplaatsing onderschrijven.
De minderjarige verblijft sinds januari 2022 in een pleeggezin en staat sinds 2016 onder toezicht van de GI. De moeder toont liefde voor het kind, maar slaagt er niet in om hem voldoende rust, structuur en regelmaat te bieden. Zo brengt zij het kind regelmatig te laat of onregelmatig naar school, mist zij medische afspraken en plant zij ongeschikte activiteiten. De vader is niet consequent betrokken geweest en wil niet samen met de moeder voor het kind zorgen.
Het hof oordeelt dat de uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige. De bestreden beschikking wordt bekrachtigd. De omgang tussen vader en kind is teruggebracht tot begeleide contacten vanwege nieuwe zorgen over mogelijk grensoverschrijdend gedrag.
Uitkomst: De beschikking tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt bekrachtigd.