De zaak betreft een hoger beroep van de vader tegen een beschikking over de omgangsregeling met zijn twee minderjarige kinderen uit een verbroken relatie. De moeder oefent het gezag uit en de kinderen wonen bij haar. De rechtbank had bepaald dat de kinderen eenmaal per maand twee uur bij de vader verblijven en daarnaast belcontact hebben.
De vader verzocht om een uitbreiding van de omgang tot eens in de veertien dagen twee uur en belcontact in de andere weken, met een dwangsom en een raadsonderzoek om de omgang verder op gang te brengen. De moeder was niet aanwezig bij de zitting en nam geen standpunt in hoger beroep.
Het hof oordeelt dat het verzoek van de vader beperkt is tot de omgang eens in de veertien dagen twee uur en kan daarom niet ingaan op de wens tot verdere uitbreiding. Het hof acht de omgang in het belang van de kinderen en wijzigt de beschikking dienovereenkomstig. Het verzoek tot dwangsom en raadsonderzoek wordt afgewezen omdat de moeder zich aan de regeling houdt en uitbreiding niet nader onderzocht hoeft te worden.
De omgangsregeling wordt vastgesteld met omgang om de veertien dagen op zondag van 14.00 tot 16.00 uur zonder aanwezigheid van de moeder, overdracht in onderling overleg, en belcontact via beeldtelefoon op zondag om 17.00 uur in de weken zonder fysieke omgang.