ECLI:NL:GHAMS:2022:1898
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partner- en kinderalimentatie na echtscheiding met beoordeling draagkracht en behoefte
De zaak betreft een hoger beroep over kinder- en partneralimentatie tussen ex-echtgenoten die in 2014 zijn gescheiden. De kinderen wonen sinds 2018 bij de man en zijn nieuwe echtgenote. De vrouw verzocht om partneralimentatie en de man om een kinderalimentatie van €100 per kind per maand.
Het hof beoordeelde de draagkracht van de vrouw op nihil wegens haar geringe inkomen en schulden, ondanks een baan sinds februari 2022. De draagkracht van de man werd vastgesteld op circa €1.320 per maand, volledig besteed aan de kinderen. De behoefte van de kinderen werd vastgesteld op circa €498 per kind per maand, en de behoefte van de vrouw op circa €2.438 per maand.
Het hof vernietigde de beschikking over de kinderbijdrage en wees het verzoek van de man af omdat de vrouw geen draagkracht heeft. De partneralimentatieverzoeken van de vrouw werden bekrachtigd, maar het hof oordeelde dat de man geen draagkracht heeft om partneralimentatie te betalen. Het verzoek van de man om de vrouw in proceskosten te veroordelen werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot kinderalimentatie af en bekrachtigt de afwijzing van partneralimentatie wegens onvoldoende draagkracht.