ECLI:NL:GHAMS:2022:1906

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
30 juni 2022
Publicatiedatum
30 juni 2022
Zaaknummer
23-001742-21
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 Wegenverkeerswet 1994Art. 176 Wegenverkeerswet 1994Art. 9 lid 2 Wegenverkeerswet 1994Art. 22c Wetboek van StrafrechtArt. 22d Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Taakstraf voor rijden met ongeldig verklaard rijbewijs ondanks kennis

In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor het rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs op 24 september 2020 te Bentveld. De politierechter sprak de verdachte vrij, maar het openbaar ministerie ging in hoger beroep.

Het gerechtshof Amsterdam oordeelde dat de verdachte redelijkerwijs had moeten weten dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard en dat hij toch een personenauto bestuurde. Dit handelen vormde een overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Hoewel de ernst van het feit een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou rechtvaardigen, hield het hof rekening met eerdere soortgelijke veroordelingen van de verdachte en besloot af te zien van een gevangenisstraf. Uiteindelijk werd een taakstraf van 30 uur opgelegd, met een voorwaardelijke hechtenis van 15 dagen als vervangende sanctie bij niet-nakoming.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 30 uur en een voorwaardelijke hechtenis van 15 dagen wegens rijden met ongeldig verklaard rijbewijs.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001742-21
datum uitspraak: 30 juni 2022
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland (locatie Haarlem) van 2 juni 2021 in de strafzaak onder parketnummer 96-311100-20 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1963,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 16 juni 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 24 september 2020 te Bentveld, gemeente Zandvoort terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de Zandvoortselaan, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 24 september 2020 te Bentveld, gemeente Zandvoort terwijl hij redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een categorie van motorrijtuigen, te weten B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie was afgegeven, op de weg, de Zandvoortselaan, als bestuurder een motorrijtuig (personenauto) van die categorie heeft bestuurd.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte ten aanzien van het tenlastegelegde vrijgesproken.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 40 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 week met een proeftijd van 2 jaren.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het besturen van een personenauto terwijl hij redelijkerwijs had moeten weten dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Door aldus te handelen heeft de verdachte een in het belang van de verkeersveiligheid genomen besluit genegeerd. Hiermee heeft hij zichzelf en andere weggebruikers in gevaar gebracht.
De ernst van het bewezenverklaarde feit rechtvaardigt in beginsel de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, des te meer omdat de verdachte blijkens een uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 7 juni 2022 eerder ter zake van soortgelijke feiten onherroepelijk is veroordeeld.
Het hof zal echter afzien van de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, mede gelet op het bepaalde in artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht. Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 9 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
30 (dertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
15 (vijftien) dagen hechtenis.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. Kengen, mr. R.A.E. van Noort en mr. B. van der Werf, in tegenwoordigheid van mr. R.M. ter Horst, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 30 juni 2022.
Mr. B. van der Werf is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.