ECLI:NL:GHAMS:2022:192

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
27 januari 2022
Publicatiedatum
27 januari 2022
Zaaknummer
23-004351-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in hoger beroep wegens intrekking

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 13 januari 2022 heeft de raadsman namens de verdachte kenbaar gemaakt dat de verdachte zijn hoger beroep niet langer wenst te handhaven. Het hof heeft vervolgens de verdachte niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Het onderzoek in hoger beroep was aanvankelijk aangevangen op 23 september 2020, maar werd geschorst. Gezien het intrekken van het hoger beroep en het ontbreken van enig rechtens te respecteren belang bij voortzetting van het onderzoek, achtte het hof verdere behandeling niet noodzakelijk.

De beslissing werd genomen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarbij slechts één rechter het arrest medeondertekende vanwege afwezigheid van de andere rechters. De uitspraak werd gedaan op de openbare terechtzitting van 13 januari 2022.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-004351-18
datum uitspraak: 13 januari 2022
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 22 november 2018 in de strafzaak onder parketnummer 13-702721-18 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1993,
adres: [adres].

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 13 januari 2022.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkend tot de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in hoger beroep op de voet van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv).

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep is aangevangen op 23 september 2020, waarna het is geschorst.
De raadsman heeft vervolgens bij e-mailbericht van 7 december 2021 namens de verdachte te kennen gegeven dat deze zijn hoger beroep niet langer wenst te handhaven en dat hij het hof verzoekt hem op grond van artikel 416, tweede lid, Sv niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep. Het hof begrijpt dat de verdachte zijn eerdere bezwaren tegen het vonnis waarvan beroep intrekt. Naar aanleiding daarvan en nu het hof ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak, zal de verdachte – gehoord de advocaat-generaal – niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, Sv.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. C.N. Dalebout, mr. N.A. Schimmel en mr. D. Abels, in tegenwoordigheid van mr. A. Ivanov, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 13 januari 2022.
mr. N.A. Schimmel en mr. D. Abels zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.