ECLI:NL:GHAMS:2022:192
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in hoger beroep wegens intrekking
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 13 januari 2022 heeft de raadsman namens de verdachte kenbaar gemaakt dat de verdachte zijn hoger beroep niet langer wenst te handhaven. Het hof heeft vervolgens de verdachte niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Het onderzoek in hoger beroep was aanvankelijk aangevangen op 23 september 2020, maar werd geschorst. Gezien het intrekken van het hoger beroep en het ontbreken van enig rechtens te respecteren belang bij voortzetting van het onderzoek, achtte het hof verdere behandeling niet noodzakelijk.
De beslissing werd genomen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarbij slechts één rechter het arrest medeondertekende vanwege afwezigheid van de andere rechters. De uitspraak werd gedaan op de openbare terechtzitting van 13 januari 2022.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking.