ECLI:NL:GHAMS:2022:1989
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vervangende toestemming verhuizing minderjarige kinderen naar Brazilië
De zaak betreft een geschil tussen ouders over de verhuizing van hun minderjarige kinderen naar Brazilië. De ouders zijn Braziliaanse expats die in Nederland wonen en gezamenlijk het gezag over de kinderen uitoefenen. De rechtbank had eerder toestemming verleend aan de moeder om met de kinderen te verhuizen, maar de vader ging hiertegen in hoger beroep.
De vader stelde dat de kinderen hun hele leven in Nederland wonen, hier naar school gaan en dat een verhuizing het contact tussen hem en de kinderen ernstig zou beperken. Daarnaast betwistte hij de noodzaak van de verhuizing en stelde dat de moeder geen passend perspectief in Brazilië had. De moeder stelde dat zij geen perspectief heeft in Nederland, geen woning kan vinden en haar carrière als advocaat alleen in Brazilië kan voortzetten. Ook benadrukte zij het belang van terugkeer naar haar familie en sociale netwerk in Brazilië.
Het hof oordeelde dat de moeder voldoende noodzaak heeft aangetoond om terug te keren naar Brazilië en dat het belang van de moeder en kinderen zwaarder weegt dan het belang van de vader. Het hof achtte het aannemelijk dat de kinderen zich kunnen aanpassen aan de nieuwe omgeving en dat het contact met de vader via langere vakanties en bezoeken kan worden onderhouden. Het verzoek tot schorsing van de beschikking werd afgewezen omdat een einduitspraak werd gegeven.
De bestreden beschikking werd bekrachtigd, waarmee de moeder vervangende toestemming krijgt om in juli 2022 met de kinderen naar Brazilië te verhuizen.
Uitkomst: De moeder krijgt vervangende toestemming om met de kinderen naar Brazilië te verhuizen.