De verdachte werd in eerste aanleg door de politierechter veroordeeld voor winkeldiefstal van een Italiaanse bol, salade en bier bij een winkelbedrijf in Amsterdam. Hij stelde hoger beroep in tegen dit vonnis. Het hof vernietigde het vonnis waarvan beroep en deed opnieuw recht.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 30 september 2021 te Amsterdam de genoemde goederen met het oogmerk zich wederrechtelijk toe te eigenen heeft weggenomen. De tenlastelegging is waar nodig taalkundig verbeterd zonder de verdediging te schaden.
De ernst van het feit en het strafblad van de verdachte, die eerder onherroepelijk veroordeeld was voor vermogensdelicten en andere misdrijven, maakten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend. Het hof legde een gevangenisstraf van 10 dagen op, met aftrek van het voorarrest. Daarnaast werd een vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf van een week gelast vanwege overtreding van de proeftijd. Het openbaar ministerie werd niet-ontvankelijk verklaard in een andere tenuitvoerleggingsvordering die reeds was gelast.