ECLI:NL:GHAMS:2022:2005
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot vergoeding na invordering rijbewijs wegens snelheidsovertreding afgewezen
Verzoeker diende een verzoek in tot vergoeding van schade en kosten rechtsbijstand na de invordering en inhouding van zijn rijbewijs wegens een snelheidsovertreding. Hij stelde dat de invordering onrechtmatig was omdat hij volgens hem minder dan 50 km/u te hard had gereden.
Het hof stelde vast dat verzoeker de maximumsnelheid met minimaal 54 km/u had overschreden, wat de invordering rechtvaardigde. De strafzaak was onherroepelijk geëindigd met een geldboete en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid.
Het hof oordeelde dat het verzoek niet ontvankelijk was omdat de zaak niet was geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel of met een straf voor een feit waarvoor de toepassing van artikel 164 lid 1 of Pro 4 WVW niet was toegelaten. Er waren geen gronden voor vergoeding van schade of kosten.
De verzoeker werd niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand werd afgewezen. De beschikking werd uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam op 5 juli 2022.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot vergoeding van schade en kosten na invordering van zijn rijbewijs.