De verdachte werd in hoger beroep geconfronteerd met de tenlastelegging van openlijke geweldpleging in vereniging, gepleegd op of omstreeks 26 maart 2018 in een Kwantum winkel te Beverwijk. Het hof vernietigde het eerdere vonnis van de politierechter omdat dat slechts een aantekening betrof.
Het geschil betrof de vraag of de verdachte zich schuldig had gemaakt aan het duwen, trekken, vastpakken bij de keel en slaan van de aangever. De verdediging stelde dat sprake was van wederzijds geweld en dat de verdachte zich had verdedigd tegen een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding (noodweer). Het hof oordeelde echter dat de verklaringen van onafhankelijke getuigen de aangifte van het slachtoffer ondersteunen en dat de verdachte opzettelijk en in vereniging geweld heeft gepleegd. Het verweer van noodweer werd verworpen omdat de reactie van de verdachte disproportioneel was.
Bij de strafoplegging hield het hof rekening met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het geweld plaatsvond en de eerdere veroordeling van de verdachte voor openlijke geweldpleging. Gezien de lange duur van de procedure en de ernst van het feit legde het hof een voorwaardelijke taakstraf van 40 uur op met een proeftijd van twee jaar, waarbij geen vrijheidsstraf werd opgelegd. De verdachte werd tevens vrijgesproken van hetgeen meer of anders was ten laste gelegd dan bewezen werd verklaard.