ECLI:NL:GHAMS:2022:211
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vader tot gezag en uitbreiding omgangsregeling wegens belangen kinderen
De vader verzocht om hem eenhoofdig gezag over zijn drie kinderen toe te wijzen en om de omgangsregeling te wijzigen en uit te breiden. De kinderen verblijven sinds 2016 in een gezinshuis van Intermetzo, waar zij stabiliteit en zorg ontvangen na een roerig verleden. De moeder was aanvankelijk gezagsdrager, maar het gezag is beëindigd en de GI is belast met de voogdij.
De vader stelt dat zijn persoonlijke omstandigheden zijn verbeterd en dat hij nu in staat is voor de kinderen te zorgen, ook gezien zijn aangepaste woning voor het Ehlers-Danlos syndroom. De GI en de raad wijzen op de kwetsbaarheid van de kinderen, hun gehechtheid aan het gezinshuis en het belang van continuïteit. Medische vaststelling van EDS bij de kinderen ontbreekt.
Het hof oordeelt dat op grond van artikel 1:253c lid 4 BW het verzoek van de vader kan worden afgewezen bij gegronde vrees voor verwaarlozing van de belangen van de kinderen. Gezien het verleden en de huidige situatie acht het hof toewijzing van het gezag niet in het belang van de kinderen. Ook uitbreiding van de omgangsregeling wordt afgewezen omdat de huidige regeling het beste aansluit bij de behoeften en het welzijn van de kinderen.
Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank van 7 april 2021 en benadrukt het belang van begeleiding van de vader bij de omgangscontacten. De GI wordt verzocht jaarlijks te evalueren of uitbreiding van het contact in het belang van de kinderen mogelijk is.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de vader tot gezag en uitbreiding van de omgangsregeling af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.