ECLI:NL:GHAMS:2022:2139
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot schadevergoeding na geschorste voorlopige hechtenis afgewezen behalve forfaitaire kosten
De verzoeker heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van diverse kosten en schade voortvloeiend uit een strafzaak waarin hij in verzekering is gesteld en voorlopige hechtenis is bevolen en geschorst onder voorwaarden. Het hof beoordeelde het verzoek op grond van artikelen 529, 530 en 533 van het Wetboek van Strafvordering.
De voorlopige hechtenis werd geschorst onder voorwaarden, waaronder een verbod op het verrichten van bepaalde werkzaamheden. De verzoeker stelde dat deze voorwaarde tot inkomstenderving leidde. Het hof oordeelde dat deze schorsingsvoorwaarde niet als vrijheidsbeneming in de zin van artikel 5 EVRM Pro geldt, maar als een vrijheidsbeperking die geen recht geeft op schadevergoeding. De verzoeker kreeg daarom geen vergoeding voor inkomstenderving.
Wel werd een vergoeding toegekend voor de ondergane verzekering van €520,00 en voor kosten rechtsbijstand in de strafzaak en de verzoekschriftprocedure, tezamen €67.443,19. Verzoeken tot vergoeding van kosten die niet het belang van het onderzoek dienden, werden afgewezen. De beschikking werd uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 19 juli 2022.
Uitkomst: Verzoek tot vergoeding van inkomstenderving afgewezen; beperkte vergoedingen toegekend voor verzekering en rechtsbijstandskosten.