ECLI:NL:GHAMS:2022:2149

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
7 april 2022
Publicatiedatum
20 juli 2022
Zaaknummer
23-001167-21
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in hoger beroep wegens ontbreken belang

In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 7 april 2022 uitspraak gedaan over de ontvankelijkheid van de verdachte in hoger beroep. De verdachte had hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter van 22 april 2021. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep gaf de raadsman van de verdachte aan dat de verdachte, gezien zijn bekennende verklaring en persoonlijke omstandigheden, zijn bezwaren tegen het vonnis niet langer handhaafde.

Op de zitting van 7 april 2022 herhaalde de raadsman dit standpunt en verzocht het hof de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep. Het hof heeft vervolgens geoordeeld dat er geen rechtens te respecteren belang bestaat bij verder onderzoek van de zaak. Daarom is de verdachte niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit de rechters A.M. Koolen - Zwijnenburg, M. Senden en A.J. van Es. De uitspraak is gedaan in aanwezigheid van de griffier S. Geensen. Dit besluit betekent dat het hoger beroep van de verdachte niet wordt behandeld en het vonnis van de politierechter blijft staan.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens ontbreken van belang.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001167-21
datum uitspraak: 7 april 2022
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 22 april 2021 in de strafzaak onder parketnummer 13-226979-20 tegen:
[verdachte],
geboren te [geboortedatum],
adres: [adres].

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 7 april 2022.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkend tot de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in zijn hoger beroep.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep heeft op de zitting van 26 november 2021 een aanvang genomen.
Bij e-mailbericht van 30 maart 2022 heeft de raadsman van de verdachte medegedeeld dat de verdachte gezien zijn bekennende verklaring en huidige persoonlijke omstandigheden zijn bezwaren tegen het vonnis niet langer handhaaft. Ter terechtzitting in hoger beroep van heden heeft de raadsman dit herhaald en het hof verzocht de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in zijn hoger beroep. Nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak zal de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. Koolen - Zwijnenburg, mr. M. Senden en mr. A.J. van Es, in tegenwoordigheid van mr. S. Geensen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 7 april 2022.
mr. S. Geensen en mr. A.J. van Es zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.