In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland bevestigt het gerechtshof Amsterdam de bewezenverklaring van ontucht gepleegd door de verdachte met zijn minderjarige dochter en het betasten van de borsten van een toen 17-jarig buurmeisje.
Het hof verbetert de gronden voor de bewezenverklaring door een verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep te verwerken, waarin hij erkent grensoverschrijdend gedrag te hebben vertoond. De rechtbank had een gevangenisstraf van 18 maanden opgelegd, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een contactverbod. Het hof vernietigt de strafoplegging en legt een gevangenisstraf van 18 maanden op, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en bevestigt het contactverbod met de dochter.
De straf is gebaseerd op de ernst van het langdurige seksueel misbruik van de minderjarige dochter, de ernstige inbreuk op haar lichamelijke integriteit en de psychische schade die zij heeft geleden. Ook het betasten van het buurmeisje wordt zwaar meegewogen. Het hof acht een taakstraf onvoldoende en benadrukt het misbruik van vertrouwen en de kwetsbare positie van de slachtoffers.
De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij wordt volledig toegewezen, zonder matiging, aangezien de schade rechtstreeks voortvloeit uit het bewezenverklaarde handelen van de verdachte. Het hof houdt rekening met persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder zijn eerdere behandeling en laag recidiverisico.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 14 juli 2022.