ECLI:NL:GHAMS:2022:2175
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding kosten rechtsbijstand na strafzaak zonder strafoplegging
In deze zaak verzocht de verzoeker om vergoeding van kosten voor rechtsbijstand in eerste aanleg en hoger beroep, alsmede voor de verzoekschriftprocedure zelf, in verband met een strafzaak die zonder strafoplegging werd beëindigd.
Het hof nam kennis van het verzoekschrift en de standpunten van het Openbaar Ministerie. Tijdens de openbare behandeling in raadkamer werd de advocaat van verzoeker gehoord, terwijl verzoeker zelf niet verscheen. Het hof beoordeelde dat gronden van billijkheid aanwezig zijn voor vergoeding van de kosten, mede gelet op de bijzondere omstandigheden dat verzoeker tijdens de procedure sterk dementerend was, waardoor extra tijd aan contact en dossierstudie besteed moest worden.
De advocaat-generaal adviseerde matiging vanwege het vermeende bovenmatige aantal uren en beperkte vergoeding van reistijd, maar het hof volgde dit niet en wees de volledige reistijdvergoeding toe conform LOVS-afspraken. Uiteindelijk besloot het hof tot toekenning van een vergoeding van in totaal €20.520,18, bestaande uit €19.840,18 voor de strafzaak en €680,00 voor de verzoekschriftprocedure.
Uitkomst: Het hof kent een vergoeding van €20.520,18 toe voor kosten rechtsbijstand in strafzaak en verzoekschriftprocedure.