Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd wegens parkeren zonder betaling. Na bezwaar werd de aanslag uit coulance vernietigd, maar zonder vergoeding van proceskosten. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond omdat onvoldoende bewijs was geleverd dat sprake was van laden en lossen.
In hoger beroep stond centraal of belanghebbende recht had op vergoeding van kosten voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Het hof oordeelde dat de heffingsambtenaar zijn onderzoeksplicht had nageleefd door de situatie te beoordelen aan de hand van vier scanafotografieën, waaruit geen aanwijzingen voor laden en lossen bleken.
Het hof benadrukte dat onmiddellijk laden en lossen inhoudt dat het voertuig gedurende de noodzakelijke tijd wordt gebruikt voor het in- of uitladen van zaken van enige omvang of gewicht. De verklaring van belanghebbende dat hij ook administratieve handelingen verrichtte, maakte dat er geen sprake was van laden en lossen. Daarom was de naheffingsaanslag terecht opgelegd en was geen sprake van onrechtmatigheid. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.