Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Vordering openbaar ministerie
Vonnis waarvan beroep
Vervangende bewijsoverwegingen ten aanzien van het opzet
.
Gerechtshof Amsterdam
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 8 februari 2022, waarin verdachte werd veroordeeld voor het smokkelen van heroïne. De zaak betrof het aantreffen van vijf pakketten met in totaal 5.163 gram heroïne in de ruimbagage van verdachte tijdens een vlucht van Schiphol naar Las Palmas.
De verdachte verklaarde dat hij via een vriend was benaderd door een onbekende persoon om de pakketten mee te nemen, zonder de inhoud te controleren, en dat hij hiervoor 5.000 euro zou ontvangen. Het hof stelde vast dat een passagier verantwoordelijk is voor de inhoud van zijn bagage en concludeerde op basis van de omstandigheden dat verdachte bekend was met de aanwezigheid van heroïne.
Het hof verving de eerdere overweging van voorwaardelijk opzet door een overweging van vol opzet en oordeelde dat de persoonlijke omstandigheden van verdachte onvoldoende zwaarwegend waren om tot een lagere straf te komen dan die van de rechtbank. De straf zoals opgelegd door de rechtbank werd bevestigd.
Deze uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 28 juli 2022.
Uitkomst: Het hof bevestigt de veroordeling van verdachte voor het met vol opzet uitvoeren van heroïne per vliegtuig.