Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 1 juli 2020 in twee zaken tegen verdachte. In zaak B werd verdachte beschuldigd van mishandeling van zijn levensgezel op 26 oktober 2019. Het hof oordeelde dat het dossier en de verklaringen onvoldoende aanknopingspunten bevatten om vast te stellen wat zich precies heeft afgespeeld, waardoor verdachte vrijgesproken werd van mishandeling.
In zaak A, waartegen het hoger beroep was ingetrokken, had de rechtbank verdachte veroordeeld voor belaging en het opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing. Het hof bepaalde de straf voor deze bewezenverklaarde feiten op een gevangenisstraf van 14 weken, met aftrek van voorarrest.
Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 21 januari 2022. De tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, wordt in mindering gebracht op de opgelegde straf.