De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf wegens het opzettelijk invoeren van een hoeveelheid cocaïne via Schiphol. In hoger beroep heeft het hof het vonnis van de politierechter vernietigd en opnieuw recht gedaan. Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 7 augustus 2021 564,3 gram cocaïne via bolletjesslikken vanuit Curaçao naar Nederland heeft gebracht.
De strafbaarheid van de verdachte werd niet betwist en er waren geen omstandigheden die deze uitsloten. De advocaat-generaal vorderde bevestiging van de straf, terwijl de raadsvrouw van de verdachte pleitte voor matiging op grond van persoonlijke omstandigheden. Het hof volgde de vordering van de advocaat-generaal en hield vast aan de straf van zes maanden gevangenisstraf, passend bij de ernst van het feit en de hoeveelheid drugs.
Het hof benadrukte de schadelijkheid van cocaïne voor de volksgezondheid en de bijdrage van de verdachte aan het internationale drugshandelnetwerk. De strafoplegging vond plaats conform de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). De tijd die de verdachte in voorarrest had doorgebracht, werd in mindering gebracht op de straf. Het vonnis werd uitgesproken op 7 januari 2022 door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.