Het gerechtshof Amsterdam heeft op 9 maart 2022 in hoger beroep het vonnis van de politierechter vernietigd en een nieuwe beslissing genomen in een ontnemingszaak tegen betrokkene. Betrokkene werd veroordeeld voor het opzettelijk handelen in strijd met het verbod op hennepteelt en diefstal van elektriciteit door middel van verbreking.
Het hof stelde vast dat betrokkene op 27 maart 2018 ongeveer 5.400 gram henneptoppen en 1.500 gram hennepgruis in bezit had en dat hij elektriciteit van Liander N.V. had gestolen. De berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel baseerde het hof op drie oogsten, waarbij rekening werd gehouden met opbrengsten, kosten en het gestolen elektriciteitsbedrag.
De verdediging voerde onder meer aan dat verklaringen van betrokkene onrechtmatig verkregen waren wegens het ontbreken van een tolk en advocaat tijdens verhoren, maar dit verweer werd verworpen wegens onvoldoende onderbouwing. Het hof legde aan betrokkene een betalingsverplichting van €57.000 op ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
De duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd werd vastgesteld op 1080 dagen. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.