ECLI:NL:GHAMS:2022:2312
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep bewindvoering: wettelijke voorkeur familielid niet gevolgd wegens twijfel geschiktheid
De zaak betreft een hoger beroep tegen de benoeming van een professionele bewindvoerder voor de goederen van de rechthebbende, die vanwege haar geestelijke of lichamelijke toestand onder bewind is gesteld. De wettelijke voorkeur voor een familielid als bewindvoerder werd niet gevolgd door de kantonrechter, wat aanleiding gaf tot het hoger beroep van de familielid.
Tijdens de procedure bleek dat de rechthebbende geen uitdrukkelijke voorkeur voor haar familielid als bewindvoerder kon uitspreken. De verzoeker, de familielid, stelde dat hij bereid en geschikt was, maar het hof constateerde dat hij onvoldoende blijk gaf van inzicht in de vereiste tijdige en goede bewindvoering. Problemen in de samenwerking met de huidige bewindvoerder en vertragingen bij belangrijke bewindshandelingen, zoals de afwikkeling van de huurwoning, versterkten deze twijfel.
Het hof oordeelde dat de wettelijke voorkeur voor het familielid in dit geval niet gevolgd kon worden vanwege gegronde redenen. De huidige bewindvoerder werd als geschikt beoordeeld en de bestreden beschikking werd bekrachtigd. Hiermee werd het verzoek van de familielid afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de benoeming van de professionele bewindvoerder en wijst het verzoek van het familielid af wegens twijfel over diens geschiktheid.