ECLI:NL:GHAMS:2022:2315
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Uitbreiding en structurering van omgangsregeling tussen minderjarige en moeder
In deze zaak stond de omgangsregeling tussen een minderjarige en haar moeder centraal. Het hof baseerde zich op een uitgebreid onderzoek en advies van de Raad voor de Kinderbescherming, die constateerde dat de bestaande omgang op neutraal terrein niet effectief was door communicatieproblemen en emotionele spanningen tussen de ouders.
De minderjarige was onder toezicht gesteld vanwege haar diabetes en de thuissituatie van de moeder werd betrokken bij het onderzoek. De Raad adviseerde een vaste omgangsregeling bij de moeder thuis, opbouwend naar een volledig weekend per maand, met de moeder verantwoordelijk voor het halen en brengen. De Gezinsvoogdijinstelling (GI) zou toezicht houden op de veiligheid, mede vanwege de medische situatie van de minderjarige.
De moeder stemde in met het advies, hoewel zij moeite heeft met het halen en brengen in de nabijheid van de vader. De vader wilde de bestaande regeling handhaven, waarbij omgang plaatsvindt bij pleegouders, om teleurstellingen te voorkomen en medische zorg te waarborgen.
Het hof oordeelde dat het belang van de minderjarige vraagt om een structurele omgangsregeling bij de moeder thuis, met behoud van de bezoeken bij de pleegouders als aanvullende regeling. De regeling wordt gefaseerd opgebouwd onder toezicht van de GI, waarbij de moeder verantwoordelijk is voor het vervoer. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en vervangen door deze nieuwe regeling.
Uitkomst: Het hof heeft een gestructureerde omgangsregeling vastgesteld waarbij de minderjarige maandelijks een weekend bij haar moeder thuis doorbrengt, met aanvullende bezoeken bij pleegouders.