ECLI:NL:GHAMS:2022:2327
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging onderbewindstelling en mentorschap ondanks voorkeur betrokkene voor echtgenoot
De betrokkene, die sinds 2008 in een woonzorgcentrum verblijft en in december 2021 trouwde, is onderbewind gesteld en er is een mentorschap ingesteld vanwege haar verminderde vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke capaciteiten. De kantonrechter benoemde onafhankelijke derden als bewindvoerders en mentor, ondanks de uitdrukkelijke voorkeur van de betrokkene voor haar echtgenoot.
De betrokkene verzocht in hoger beroep om afwijzing van de onderbewindstelling en het mentorschap of subsidiair om benoeming van haar echtgenoot tot bewindvoerder en mentor. Het hof oordeelt dat de gronden voor de beschermingsmaatregelen nog steeds aanwezig zijn en dat de emotionele betrokkenheid van de echtgenoot en zijn onvoldoende begrip van de plicht tot verantwoording een risico vormen voor de belangen van de betrokkene.
Het hof constateert dat de echtgenoot het contact met de bewindvoerder vermijdt en afspraken niet altijd naleeft, wat de noodzaak van onafhankelijke bewindvoerders en mentor onderstreept. De benoeming van de huidige onafhankelijke bewindvoerders en mentor wordt dan ook bekrachtigd en het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de onderbewindstelling en het mentorschap en wijst het hoger beroep van de betrokkene af.