In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Noord-Holland bevestigd waarbij verdachte werd veroordeeld voor ontucht met de destijds zesjarige dochter van zijn voormalige buurvrouw. De verdachte had op verzoek van de moeder op het meisje gepast en werd beschuldigd van het likken aan de vagina van het slachtoffer, waarbij speeksel- en spermasporen op de onderkleding werden aangetroffen.
De verdediging voerde aan dat het bewijs onvoldoende overtuigend was en stelde een alternatieve verklaring voor de spermasporen voor, maar het hof verwierp dit verweer. De verklaring van het slachtoffer, hoewel niet rechtstreeks afgelegd aan politie, werd als betrouwbaar beschouwd en ondersteund door het forensisch sporenonderzoek.
De rechtbank had een gevangenisstraf van twaalf maanden opgelegd, waarvan vier maanden voorwaardelijk. Het hof mat de onvoorwaardelijke straf tot tien maanden vanwege overschrijding van de redelijke termijn, die niet aan de verdachte kon worden toegerekend. Contactverboden werden niet opnieuw opgelegd gezien het tijdsverloop en het ontbreken van contact door de verdachte.
De straf weerspiegelt de ernst van het feit en de schending van het vertrouwen van het slachtoffer en haar moeder. De verdachte was niet eerder strafrechtelijk veroordeeld. Het hof legde tevens een gijzeling van maximaal vijfentwintig dagen op in het kader van de schadevergoedingsmaatregel.