ECLI:NL:GHAMS:2022:2523
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing eenhoofdig gezag aan vader wegens belang minderjarige en contactweerstand
In deze zaak stond het verzoek van de moeder centraal om het eenhoofdig gezag over haar kind, [minderjarige 1], te herstellen. De minderjarige woont al enkele jaren bij de vader en vertoont grote weerstand tegen contact met de moeder, waardoor er al geruime tijd geen contact is tussen hen. De rechtbank had het eenhoofdig gezag aan de vader toegewezen, wat de moeder in hoger beroep aanvocht.
Tijdens de zitting sprak de voorzitter met de minderjarige, die aangaf geen contact met de moeder te wensen. De vader woont inmiddels in een andere provincie en het contact met de gecertificeerde instelling (GI) verloopt moeizaam. De GI en de Raad voor de Kinderbescherming adviseerden het gezag bij de vader te laten, passend bij de feitelijke situatie.
Het hof oordeelde dat het belang van de minderjarige vereist dat beslissingen snel en effectief genomen kunnen worden, wat met het eenhoofdig gezag bij de vader het best gewaarborgd is. Het verzoek van de moeder tot een informatieregeling werd niet-ontvankelijk verklaard omdat dit verzoek voor het eerst in hoger beroep werd gedaan. De bestreden beschikking werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het eenhoofdig gezag over de minderjarige wordt aan de vader toegewezen en het verzoek tot informatieregeling van de moeder wordt niet-ontvankelijk verklaard.