Uit een verbroken relatie van de ouders is een kind geboren in 2019. Beide ouders oefenen gezamenlijk gezag uit en hebben een ouderschapsplan waarin de vader als hoofdverblijfplaatshouder is opgenomen. De vader is verhuisd naar een andere regio vanwege zijn loopbaan als medisch specialist, wat de moeder betwistte. Het hof oordeelt dat de vader de noodzaak van zijn verhuizing voldoende heeft onderbouwd en dat deze verhuizing het co-ouderschap niet onmogelijk maakt.
De vader verzoekt de hoofdverblijfplaats bij hem te bepalen en vervangende toestemming voor verhuizing en inschrijving op een basisschool in zijn nieuwe woonplaats of een nabijgelegen regio. De moeder verzet zich tegen deze verzoeken en stelt alternatieve zorg- en schoolregelingen voor. Het hof oordeelt dat de vader ontvankelijk is in zijn verzoeken en dat het belang van het kind het best gediend is met hoofdverblijfplaats bij de vader, mede omdat hij bereid is opnieuw te verhuizen om het co-ouderschap voort te zetten.
De vervangende toestemming wordt verleend voor inschrijving op basisschool in de woonplaats van de vader en in de regio waar hij eventueel opnieuw zou verhuizen. De huidige zorgregeling wordt bekrachtigd, en toekomstige zorgregelingen worden vastgesteld afhankelijk van de schoolkeuze en woonplaats van de ouders. Proceskosten worden gecompenseerd. De beschikking wordt in het openbaar uitgesproken op 6 september 2022.