Op 21 november 2019 pleegde de verdachte samen met twee medeverdachten woninginbraken in Amsterdam. De verdachte stond op uitkijk, droeg sokken om geen vingerafdrukken achter te laten en heeft gestolen goederen veiliggesteld. Hoewel hij niet zelf de woningen betrad, oordeelt het hof dat sprake is van medeplegen vanwege nauwe en bewuste samenwerking.
De rechtbank veroordeelde de verdachte tot een werkstraf van 80 uur en een voorwaardelijke jeugddetentie met bijzondere voorwaarden. In hoger beroep past het hof het adolescentenstrafrecht toe omdat de verdachte toen 19 jaar was en er aanwijzingen zijn voor een verstandelijke beperking en ontvankelijkheid voor begeleiding.
Het hof weegt mee dat de verdachte sindsdien een positieve levenswending heeft genomen, een stabiele thuissituatie heeft en geen contact meer onderhoudt met medeverdachten. Daarom vervalt de voorwaardelijke jeugddetentie en bijzondere voorwaarden. De opgelegde straf is een onvoorwaardelijke werkstraf van 80 uur met aftrek van voorarrest.
Het hof verklaart de verdachte niet-ontvankelijk voor het hoger beroep tegen de vrijspraak van een ander feit en bevestigt het vonnis voor het overige. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 7 april 2022.