ECLI:NL:GHAMS:2022:2682
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek tegen raadsheer wegens vermeende vooringenomenheid toegewezen
In de strafzaak met parketnummer 23-002899-21 heeft verzoeker na een eerdere afwijzing van een wrakingsverzoek opnieuw een wrakingsverzoek ingediend tegen raadsheer N.A. Schimmel. Dit verzoek volgde op een aangifte die verzoeker tegen de raadsheer had gedaan wegens vermeende deelname aan een criminele organisatie.
Tijdens de zitting op 29 april 2022 gaf de raadsheer aan zich niet onbevooroordeeld te voelen om de zaak te behandelen vanwege deze aangifte en sprak hij van een impliciete verschoning. Verzoeker stelde dat de raadsheer hierdoor niet meer onbevangen kon zijn en dat de beslissing tot verschoning niet aan de raadsheer zelf toekomt.
De advocaat-generaal stelde primair niet-ontvankelijkheid voor, maar de wrakingskamer oordeelde dat verzoeker ontvankelijk was. De kamer benadrukte dat het enkele feit van een aangifte tegen een rechter niet automatisch onpartijdigheid aantast, maar dat de uitlating van de raadsheer zelf dat hij zich niet onbevooroordeeld voelt, een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid oplevert.
Daarom werd het wrakingsverzoek toegewezen. De overige gronden van het verzoek bleven onbesproken. De beslissing werd genomen door de wrakingskamer van het Gerechtshof Amsterdam op 18 juli 2022.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen raadsheer Schimmel wordt toegewezen wegens objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.