ECLI:NL:GHAMS:2022:279
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens intrekking
In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep van verdachte behandeld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam. Het hoger beroep was ingesteld op 15 juni 2021 en het onderzoek ter terechtzitting begon op 17 september 2021.
Op 21 januari 2022 heeft de raadsman een akte ingediend waarin het hoger beroep werd ingetrokken, gevolgd door een e-mail op 23 januari 2022 waarin werd bevestigd dat verdachte het hoger beroep niet wenst te handhaven. Hierdoor worden de eerder ingediende bezwaren geacht te zijn ingetrokken.
Het hof oordeelt dat er geen rechtens te respecteren belang bestaat bij voortzetting van het onderzoek en verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Het vonnis is gewezen door mr. J.J.I. de Jong, in aanwezigheid van griffier mr. R.M. ter Horst.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking.