ECLI:NL:GHAMS:2022:280

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
25 januari 2022
Publicatiedatum
2 februari 2022
Zaaknummer
23-000333-21
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 36f SrArt. 57 Sr
Verwijzingen
10 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor opzetheling en diefstal met braak met gedeeltelijke schadevergoeding

In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter vernietigd en opnieuw recht gedaan. De verdachte is veroordeeld voor opzetheling en meerdere feiten van diefstal, waaronder diefstal met braak, gepleegd tussen 2018 en 2020 in Amsterdam.

Het hof verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk voor een onderdeel van het hoger beroep en sprak hem vrij van een primair tenlastegelegd feit. De opgelegde gevangenisstraf bedraagt 53 dagen, waarvan 50 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, wordt in mindering gebracht.

De benadeelde partij vorderde een schadevergoeding van €1.290,66 voor materiële schade, welke het hof deels toewijst. De vordering tot schadevergoeding voor andere feiten wordt afgewezen. De verdachte is verplicht het toegewezen bedrag te voldoen, vermeerderd met wettelijke rente. Tevens is de duur van gijzeling vastgesteld op maximaal één dag, zonder opheffing van de betalingsverplichting.

De officier van justitie vorderde de tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde taakstraf, welke het hof afwees. Zowel verdachte als advocaat-generaal hebben afstand gedaan van het recht op cassatie.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 53 dagen gevangenisstraf waarvan 50 voorwaardelijk en gedeeltelijke toewijzing van schadevergoeding.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer(s) eerste aanleg : 13-058994-18 en 13-060364-19 en 13-136062-20 en 13-205570-20
en 13-003891-18 (TUL)
parketnummer hoger beroep : 23-000333-21
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 25 januari 2022 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 28 januari 2021 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte]
voornamen: [verdachte]
geboren: in 1965 te [geboorteplaats] ([geboorteland])
adres: [adres].

Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het in de zaak met parketnummer 13-058994-18 subsidiair bewezenverklaarde levert op:
opzetheling.
Het in de zaak met parketnummer 13-060364-19 onder 1 en in de zaak met parketnummer 13-205570-20 bewezenverklaarde levert
telkensop:
diefstal.
Het in de zaak met parketnummer 13-136062-20 bewezenverklaarde levert op:
diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Pleegdatum en -plaats

parketnummer 13-058994-18, subsidiair:
op 17 februari 2018 te Amsterdam.
parketnummer 13-060364-19, feit 1:op 9 oktober 2018 te Amsterdam.
parketnummer 13-136062-20:op 21 mei 2020 te Amsterdam.
parketnummer 13-205570-20:op 11 augustus 2020 te Amsterdam.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 63, 310, 311 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 13-060364-19 onder 2 tenlastegelegde.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor het overige en doet in zoverre opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 13-058994-18 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
53 (drieënvijftig) dagen.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot
50 (vijftig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] ter zake van het in de zaak met parketnummer 13-136062-20 bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 1.290,66 (duizend tweehonderdnegentig euro en zesenzestig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdata tot aan de dag der voldoening.
Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde], ter zake van het in de zaak met parketnummer 13-136062-20 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 1.290,66 (duizend tweehonderdnegentig euro en zesenzestig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdata tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade
- voor een bedrag van € 25,00 op 21 mei 2020;
- voor een bedrag van € 1.265,66 op 25 mei 2020.
Wijst af de vordering van de officier van justitie in het arrondissement te Amsterdam van 21 mei 2020, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 28 maart 2018, parketnummer 13-003891-18, voorwaardelijk opgelegde taakstraf voor de duur van 20 uur, subsidiair 10 dagen hechtenis.
Gewezen door mr. J.J.I. de Jong, in bijzijn van mr. R.M. ter Horst, griffier.
mr. J.J.I. de Jong
De verdachte en de advocaat-generaal hebben ter terechtzitting afstand gedaan van het recht beroep in cassatie in te stellen.