De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor meerdere strafbare feiten waaronder vernieling van eigendommen van zijn vader, winkeldiefstal, straatroof van een plastic tas, mishandeling van een parkeergaragemedewerker en het overtreden van een locatieverbod voor een parkeergarage. In hoger beroep werd het vonnis bevestigd wat betreft de bewezenverklaringen, maar de strafoplegging werd herzien.
De verdediging voerde onder meer aan dat het geweld bij de straatroof onvoldoende was en dat de verdachte niet wist van het locatieverbod vanwege taalbarrières. Het hof verwierp deze verweren, oordeelde dat het trekken van de tas met kracht als diefstal met geweld kwalificeert en stelde vast dat de verdachte het locatieverbod kende en bewust overtrad.
Gelet op de ernst van de feiten, de eerdere veroordelingen van de verdachte en de opgelegde ISD-maatregel, vond het hof het passend om de straf te matigen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden, met aftrek van het reeds doorgebrachte voorarrest. Tevens wees het hof de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf af om het ISD-traject niet te verstoren.
Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Den Haag, zitting houdende te Amsterdam, op 14 september 2022.