ECLI:NL:GHAMS:2022:2968
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Klacht tegen notaris over zorgplicht bij passeren testament met pensioenregeling in eigen beheer
In deze zaak gaat het om een klacht van klagers tegen een notaris die in december 2017 het testament van hun overleden zwager heeft gepasseerd. De erflater was enig aandeelhouder van een besloten vennootschap met een pensioenregeling in eigen beheer. De Wet uitfasering pensioen in eigen beheer (Wup) was kort daarvoor in werking getreden, wat fiscale gevolgen had voor het testament.
Klagers stelden dat de notaris tekort was geschoten in zijn zorgplicht door erflater niet te wijzen op de fiscale gevolgen van de Wup en het ontbreken van fiscaal advies. De kamer voor het notariaat verklaarde de klacht ongegrond en het hof bevestigt dit oordeel. De notaris had niet kunnen weten van de pensioenregeling omdat erflater bewust geen informatie over zijn vermogen wilde geven.
Het hof oordeelt dat de notaris zijn onderzoeksplicht heeft nageleefd, de klacht niet ontvankelijk is voor nieuw geformuleerde punten en dat er geen feiten zijn die tot een ander oordeel leiden. De beslissing van de kamer wordt bevestigd en de klacht wordt afgewezen.
Uitkomst: De klacht tegen de notaris wordt ongegrond verklaard en de eerdere beslissing bevestigd.