De verdachte is in hoger beroep veroordeeld voor winkeldiefstal gepleegd samen met haar dochter in aanwezigheid van (klein)kinderen. Het hof benadrukt de ernst van het feit en het gebrek aan respect voor eigendommen van anderen. Eerdere veroordelingen en proeftijden weerhielden de verdachte er niet van opnieuw een diefstal te plegen.
De politierechter legde een gevangenisstraf van drie weken op, de advocaat-generaal eiste zes weken waarvan drie voorwaardelijk. Het hof legt een gevangenisstraf van één week op, rekening houdend met de bekennende verklaring van de verdachte en haar persoonlijke omstandigheden. De redelijke termijn is niet overschreden.
Het hof beslist tevens over de tenuitvoerlegging van twee eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraffen: gedeeltelijke tenuitvoerlegging van twee weken voor de straf van september 2019 en volledige tenuitvoerlegging van één week voor de straf van januari 2019. De rest van het vonnis van de politierechter wordt bevestigd.