Op 16 februari 2020 pleegde verdachte mishandeling te Amsterdam. De politierechter veroordeelde verdachte aanvankelijk middels een strafbeschikking, welke door het hof werd vernietigd in hoger beroep. Het gerechtshof Amsterdam heeft op 12 september 2022 het vonnis van de politierechter vernietigd en opnieuw recht gedaan.
Het hof veroordeelde verdachte tot een taakstraf van 80 uur en 40 dagen hechtenis, waarbij de taakstraf geheel voorwaardelijk is opgelegd voor een proeftijd van twee jaar. Dit betekent dat de taakstraf niet ten uitvoer wordt gelegd tenzij verdachte binnen die periode een nieuw strafbaar feit pleegt. Zowel verdachte als de advocaat-generaal hebben ter terechtzitting afstand gedaan van het recht om beroep in cassatie in te stellen.
De wettelijke basis voor de veroordeling is gelegen in de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 300 van het Wetboek van Strafrecht. De uitspraak betreft een enkelvoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, parketnummer 23-003430-21.