ECLI:NL:GHAMS:2022:3005

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
12 september 2022
Publicatiedatum
24 oktober 2022
Zaaknummer
23-000439-22
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep wegens intrekking bezwaren

In deze zaak heeft de verdachte het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland ingetrokken. Tijdens de terechtzitting gaf de verdachte te kennen het hoger beroep niet te willen handhaven en zijn eerder opgegeven bezwaren tegen het vonnis in te trekken. Het gerechtshof heeft vervolgens vastgesteld dat er geen rechtens te respecteren belang bestaat bij voortzetting van het hoger beroep.

Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het ingestelde hoger beroep. Hierdoor blijft het vonnis van de politierechter ongewijzigd van kracht.

De beslissing werd genomen door het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, en het arrest werd gewezen door rechter M. Lolkema. De griffiers waren S. Geensen en E.C. van Eijck van Heslinga.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking van het hoger beroep en bezwaren.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer eerste aanleg : 96-287408-21
parketnummer hoger beroep : 23-000439-22
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 12 september 2022 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 7 februari 2022 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte01]
voornamen: [verdachte01]
geboren: op [geboortedatum01] 1999 te [geboorteplaats01]
adres: [adres01] .

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Door de verdachte is ter terechtzitting te kennen gegeven dat de verdachte het hoger beroep niet wil handhaven, en dat hij eerder opgegeven bezwaren tegen het vonnis intrekt, zodat hij, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Gewezen door mr. M. Lolkema, in bijzijn van mr. S. Geensen en mr. E.C. van Eijck van Heslinga, griffiers.
mr. M. Lolkema.