ECLI:NL:GHAMS:2022:3005
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep wegens intrekking bezwaren
In deze zaak heeft de verdachte het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland ingetrokken. Tijdens de terechtzitting gaf de verdachte te kennen het hoger beroep niet te willen handhaven en zijn eerder opgegeven bezwaren tegen het vonnis in te trekken. Het gerechtshof heeft vervolgens vastgesteld dat er geen rechtens te respecteren belang bestaat bij voortzetting van het hoger beroep.
Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het ingestelde hoger beroep. Hierdoor blijft het vonnis van de politierechter ongewijzigd van kracht.
De beslissing werd genomen door het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, en het arrest werd gewezen door rechter M. Lolkema. De griffiers waren S. Geensen en E.C. van Eijck van Heslinga.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking van het hoger beroep en bezwaren.