ECLI:NL:GHAMS:2022:3058
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- J.F. Aalders
- H.J.M. Quaedvlieg
- P.F.E. Geerlings
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen raadsheren in strafzaak wegens gebrek aan tijdigheid en vooringenomenheid
In deze strafzaak heeft de benadeelde partij een wrakingsverzoek ingediend tegen meerdere raadsheren van het Gerechtshof Amsterdam. Het verzoek betrof zowel de raadsheren van eerdere zittingen in 2021 als die van de zitting op 15 maart 2022.
De wrakingskamer oordeelt dat het verzoek tot wraking van de raadsheren van de zittingen in 2021 niet-ontvankelijk is wegens het niet tijdig indienen van het verzoek, aangezien dit pas ruim zeven maanden tot meer dan een jaar na de betreffende zittingen plaatsvond zonder geldige rechtvaardiging.
Het wrakingsverzoek tegen de raadsheren van de zitting op 15 maart 2022 wordt inhoudelijk beoordeeld. De kamer stelt vast dat de beslissingen omtrent het niet gelasten van een bevel tot medebrenging van de verdachte en het niet tonen van bepaalde beeldbewijzen een processuele aard hebben en geen aanleiding geven tot een gegronde vrees voor vooringenomenheid.
De wrakingskamer concludeert dat er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid bestaat en wijst het wrakingsverzoek af. De beslissing is uitgesproken op 15 maart 2022 door de wrakingskamer van het Gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Wrakingsverzoek afgewezen wegens niet tijdige indiening en ontbreken van vooringenomenheid.