Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.De ontvankelijkheid van klager in hoger beroep
- de voorzitter van de kamer heeft eigenmachtig – dus zonder dat een van de partijen dat heeft verzocht en zonder hoor en wederhoor toe te passen – op 25 september 2019 besloten de behandeling van de klacht en het herzieningsverzoek aan te houden totdat het hof ArnhemLeeuwarden nader zou hebben besloten over het al dan niet benoemen van een deskundige in de civiele zaak van klaagster. Deze werkwijze is volgens klager in strijd met het reglement omtrent de werkwijze van de kamer. Klager en klaagster hadden juist belang bij een spoedige beslissing van de kamer;
- na het civiele vonnis van het hof Arnhem-Leeuwarden van 8 december 2020 is in samenspraak met partijen besloten af te zien van een mondelinge behandeling door de kamer en in plaats daarvan over en weer een schriftelijke pleitnota in te dienen. Er volgde echter geen uitspraak van de kamer, maar een beslissing van de voorzitter van de kamer. Klager werd overvallen door deze verrassingsbeslissing; er was ook geen voornemen geuit om geen mondelinge behandeling door de kamer te houden;
- bij de beslissing van de voorzitter van de kamer van 1 juli 2021 is sprake van détournement de pouvoir. Artikel 99 lid 5 Wna Pro is bedoeld voor overduidelijke niet aanvaardbare klachten, maar niet voor de onderhavige klacht. De voorzitter van de kamer heeft het begrip “kennelijk” onjuist en unfair gehanteerd.