ECLI:NL:GHAMS:2022:3074

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
31 oktober 2022
Publicatiedatum
31 oktober 2022
Zaaknummer
23-001476-22
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 10 OpiumwetArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep invoer 2,5 kilo cocaïne met aangepaste strafoplegging

In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland is het oordeel van bewezenverklaring van het invoeren van ruim 2,5 kilogram cocaïne bevestigd. De hoeveelheid cocaïne was bestemd voor handel en verdere verspreiding, wat een ernstige bedreiging vormt voor de volksgezondheid en de samenleving.

Het hof heeft de straf aangepast en de gevangenisstraf verminderd van 27 maanden naar 23 maanden, waarvan 7 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Bij de strafoplegging heeft het hof rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder zijn kwetsbaarheid, de positieve invloed van zijn relatie, en zijn inzet tijdens detentie om vaardigheden te leren en zich voor te bereiden op re-integratie.

De bijzondere voorwaarden verbonden aan het voorwaardelijke deel omvatten onder meer meldplicht bij de reclassering, medewerking aan ambulante behandeling, begeleid wonen, schuldhulpverlening en dagbesteding. Het hof acht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest (ruim 8 maanden) te zwaar en kiest voor een lagere straf binnen de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht.

De tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht wordt in mindering gebracht op de opgelegde straf. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 28 oktober 2022.

Uitkomst: Gevangenisstraf van 23 maanden waarvan 7 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden opgelegd.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001476-22
datum uitspraak: 28 oktober 2022
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 25 mei 2022 in de strafzaak onder parketnummer 15-032985-22 tegen
[verdachte01],
geboren te [geboorteplaats01] ( [geboorteland01] ) op [geboortedatum01] 1996,
thans gedetineerd in PI Alphen aan den Rijn, locatie Maatschapslaan.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 14 oktober 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de opgelegde straf. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd.

Oplegging van straf

De rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 27 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 7 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Aan het voorwaardelijke strafdeel heeft de rechtbank een meldplicht bij de reclassering en de verplichtingen tot medewerking aan schuldhulpverlening, dagbesteding en begeleid wonen verbonden.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechtbank in eerste aanleg opgelegd, met uitzondering van de bijzondere voorwaarden. Ten aanzien van de bijzondere voorwaarden heeft de advocaat-generaal gevorderd dat aansluiting zal worden gezocht bij het reclasseringsadvies van Reclassering Nederland van 11 oktober 2022.
De raadsman heeft in verband met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte verzocht een gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, waarbij het onvoorwaardelijk deel gelijk is aan het reeds ondergane voorarrest, eventueel aan te vullen met een taakstraf. Hiertoe heeft de raadsman, samengevat, aangevoerd dat uit het voornoemde reclasseringsrapport van 11 oktober 2022 kan worden afgeleid dat de verdachte kwetsbaar is. Voorts kan de verdachte zijn familie gedurende het uitzitten van een lange gevangenisstraf niet financieel ondersteunen en heeft hij nadelige psychische gevolgen ondervonden van zijn detentie.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het invoeren van ruim 2,5 kilogram cocaïne. De door de verdachte ingevoerde hoeveelheid was van dien aard dat deze bestemd moet zijn geweest voor de handel en verdere verspreiding ervan. De invoer en verspreiding van harddrugs betekenen een bedreiging voor de volksgezondheid, brengen onrust in de samenleving en leiden veelal, direct en indirect, tot diverse vormen van criminaliteit. Voor dit alles heeft de verdachte zijn ogen blijkbaar gesloten. Op dergelijke feiten kan niet anders worden gereageerd dan met een vrijheidsstraf van aanzienlijke duur.
Het hof heeft gelet op de straffen die plegen te worden opgelegd aan koeriers die een hoeveelheid van 2 tot 3 kilogram harddrugs hebben ingevoerd en die hun weerslag vinden de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Daarin wordt een gevangenisstraf van 24 tot 30 maanden genoemd.
Het hof houdt ten gunste van de verdachte echter rekening met het feit dat verdachte er blijk van heeft gegeven het laakbare van zijn handelen in te zien. Eveneens in het voordeel van de verdachte weegt het hof zijn persoonlijke omstandigheden mee, waaronder de positieve uitwerking die zijn relatie op hem lijkt te hebben en zijn inzet in detentie om zich door middel van het leren van vaardigheden voor te bereiden op zijn terugkeer in de samenleving. Hij heeft te kennen gegeven open te staan voor begeleiding en behandeling vanuit de reclassering. De reclassering heeft in het rapport van 11 oktober 2022 geadviseerd om aan de verdachte een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen en daaraan als bijzondere voorwaarden te verbinden dat de verdachte (a) zich moet melden bij de reclassering, (b) indien door de reclassering geïndiceerd een ambulante behandeling moet ondergaan, (c) zich moet laten opnemen in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, (d) meewerkt aan schuldhulpverlening en (e) meewerkt aan dagbesteding.
In deze persoonlijke omstandigheden en het genoemde advies ziet het hof aanleiding om af te wijken van voornoemd oriëntatiepunt op hierna te noemen wijze. Het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de periode die de verdachte in voorarrest heeft gezeten, te weten ruim 8 maanden, is naar het oordeel van het hof evenwel een brug te ver.
Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf zijn gegrond op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 14a, 14b en 14c van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
23 (drieëntwintig) maanden.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot
7 (zeven) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. of de verdachte gedurende de proeftijd van 2 (twee) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn/haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.
Stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich meldt op de afgesproken dagen en tijden bij de reclassering en meewerkt aan het toezicht en de begeleiding door de reclassering. De veroordeelde blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.
Stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde, indien de reclassering dit noodzakelijk acht, meewerkt aan verdiepingsdiagnostiek en indien geïndiceerd een ambulante behandeling bij de Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door die reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt.
Stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde, indien hij niet bij zijn vriendin kan verblijven, meewerkt aan een verblijf bij een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld.
Stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde meewerkt aan schuldhulpverlening.
De veroordeelde werkt mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. De veroordeelde geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden.
Stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich actief inzet voor het verkrijgen van werk en/of scholing.
Geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde(n) en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. V.M.A. Sinnige, mr. M.J.A. Duker en mr. A. Dantuma-Hieronymus, in tegenwoordigheid van mr. L.C. de Groot, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 28 oktober 2022.
Mr. Duker en mr. Dantuma-Hieronymus zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]