De Ondernemingskamer Amsterdam behandelde een verzoek van de onderzoeker in een enquêteprocedure tegen TAF Asset 11 B.V. en andere belanghebbenden. De onderzoeker verzocht om een getuige, aangeduid als [F], te horen op grond van artikel 2:352a BW, waarbij het verhoor achter gesloten deuren zou plaatsvinden zonder aanwezigheid van partijen en hun advocaten.
De aanleiding voor het verzoek was dat de getuige tijdens een eerder interview weigerde vragen te beantwoorden vanwege een mogelijke geheimhoudingsplicht. De onderzoeker stelde dat het verhoor besloten moest plaatsvinden vanwege het vertrouwelijke karakter van het onderzoek en de wens om beïnvloeding van de getuige te voorkomen.
Hoewel Averline Holdings Limited bezwaar maakte tegen het verhoor zonder aanwezigheid van haar advocaat, stemde zij toe onder die voorwaarde. De Ondernemingskamer oordeelde dat de aard van het onderzoek en het belang van vertrouwelijkheid zich verzetten tegen een openbaar verhoor en dat het verzoek daarom toewijsbaar is.
Het verhoor zal plaatsvinden in het Paleis van Justitie te Amsterdam onder leiding van een raadsheer-commissaris en buiten aanwezigheid van partijen, belanghebbenden en hun advocaten. Er werd geen aanleiding gezien voor een kostenveroordeling.