ECLI:NL:GHAMS:2022:3144

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
5 oktober 2022
Publicatiedatum
7 november 2022
Zaaknummer
200.281.393/01 OK
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:345 BWArt. 2:349a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging enquêteonderzoek en onmiddellijke voorzieningen bij Investpharma B.V. na minnelijke regeling

De Ondernemingskamer Amsterdam behandelde een verzoek tot beëindiging van het enquêteonderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Investpharma B.V. over de periode vanaf 1 januari 2018. Dit onderzoek was bij beschikking van 16 en 17 november 2020 bevolen, waarbij tevens onmiddellijke voorzieningen waren getroffen, waaronder de benoeming van een bestuurder en het beheer van aandelen.

Op 18 mei 2022 vond een mondelinge behandeling plaats waarbij partijen een minnelijke regeling troffen. Naar aanleiding hiervan verzocht de advocaat van partijen op 4 oktober 2022 de Ondernemingskamer om de procedure te beëindigen.

De Ondernemingskamer stelde vast dat er geen bezwaren tegen het verzoek waren en dat geen belangen zich tegen beëindiging verzetten. Daarom besloot zij het onderzoek en de onmiddellijke voorzieningen met ingang van de datum van de beschikking te beëindigen. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en op 5 oktober 2022 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De Ondernemingskamer beëindigt het enquêteonderzoek en de getroffen onmiddellijke voorzieningen na minnelijke regeling.

Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.281.393/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 5 oktober 2022
inzake
[A],
wonend te [....] ,
VERZOEKER,
advocaat:
mr. H. Moltmaker, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
INVESTPHARMA B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER,
niet verschenen,
e n t e g e n

1.[B] ,

wonend te [....] ,
2. [C],
wonend te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaat:
mr. A.E. Schluep, kantoorhoudende te Amsterdam.

1.Het verloop van het geding

1.1
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 16 en 17 november 2020 in deze zaak.
1.2
Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Investpharma B.V. over de periode vanaf 1 januari 2018, een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, alsmede – bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding – W.L. Meijer benoemd als bestuurder van Investpharma B.V. en bepaald dat van ieder van de aandeelhouders zeven aandelen in Investpharma B.V. ten titel van beheer zijn overgedragen aan mr. M.W.E. Evers.
1.3
Op verzoek van partijen heeft op 18 mei 2022 een mondelinge behandeling ten overstaan van de raadsheer-commissaris plaatsgevonden. Ter zitting hebben partijen een minnelijke regeling getroffen. Ter uitvoering van die regeling heeft mr. Moltmaker bij e-mail van 4 oktober 2022 de Ondernemingskamer namens partijen verzocht de procedure te beëindigen.

2.De gronden van de beslissing

2.1
Nu partijen een regeling hebben getroffen, er geen bezwaren zijn ontvangen tegen het verzoek tot beëindiging van het bevolen onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorzieningen en de Ondernemingskamer voorts niet is gebleken van enig belang dat zich tegen de toewijzing van het verzoek verzet, zal de Ondernemingskamer het verzoek inwilligen aldus dat zij het bij de beschikkingen van 16 en 17 november 2020 bevolen onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorzieningen zal beëindigen, een en ander met ingang van heden.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
beëindigt met ingang van heden het bij haar beschikking van 16 november 2020 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Investpharma B.V. alsmede de bij de beschikkingen van 16 en 17 november 2020 getroffen onmiddellijke voorzieningen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.J. Wolfs, voorzitter, mr. A.W.H. Vink en mr. C.C. Meijer, raadsheren, en prof. dr. M.N. Hoogendoorn RA en mr. drs. G. Boon RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. S.C. Prins, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 5 oktober 2022.