ECLI:NL:GHAMS:2022:3173

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
22 september 2022
Publicatiedatum
8 november 2022
Zaaknummer
23-000948-22
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 OpiumwetArt. 11 OpiumwetArt. 77a SrArt. 77g SrArt. 77h Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis jeugdige verdachte vervoer qat met voorwaardelijke jeugddetentie

In deze zaak stond een minderjarige verdachte terecht voor het vervoeren van ongeveer 41,9 kilogram qat, een voor de volksgezondheid schadelijke stof, bestemd voor verdere verspreiding en handel. De rechtbank Noord-Holland had de verdachte veroordeeld tot twee weken onvoorwaardelijke jeugddetentie. Het hof Amsterdam behandelde het hoger beroep en bevestigde het bewezenverklaarde, maar vernietigde de strafoplegging.

Het hof nam in overweging dat qat in het woonland van de verdachte legaal verkrijgbaar is, dat de verdachte minderjarig is en geen eerdere strafbare feiten heeft gepleegd. Het hof kwalificeerde het feit als een daad van jeugdige onbezonnenheid en besloot daarom geen onvoorwaardelijke vrijheidsstraf op te leggen. In plaats daarvan legde het hof een geheel voorwaardelijke jeugddetentie van twee weken op, bedoeld als stok achter de deur om herhaling te voorkomen.

De straf is gebaseerd op artikelen van de Opiumwet en het Wetboek van Strafrecht. Het vonnis van de kinderrechter wordt verder bevestigd, met uitzondering van de strafoplegging. De voorwaardelijke jeugddetentie zal niet worden uitgevoerd tenzij de verdachte binnen de proeftijd opnieuw een strafbaar feit pleegt.

Uitkomst: Verdachte krijgt een geheel voorwaardelijke jeugddetentie van twee weken opgelegd.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000948-22
datum uitspraak: 22 september 2022
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Noord-Holland (locatie Haarlem) van 1 april 2022 in de strafzaak onder parketnummer 15-009274-22 tegen
[verdachte01],
geboren te [geboorteplaats01] ( [geboorteland01] ) op [geboortedatum01] 2004,
adres: [adres01]

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
8 september 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de strafoplegging -in zoverre zal het vonnis worden vernietigd- en met dien verstande dat het hof bewijsmiddel I aanvult met de volgende openingszin:

Op 12 januari 2022, omstreeks 09:30 uur bevonden wij, verbalisanten, ons in dienst op de luchthaven Schiphol, gemeente Haarlemmermeer alwaar wij belast waren met controlewerkzaamheden.”

Oplegging van straf

De kinderrechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een onvoorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van twee weken.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft ongeveer 41,9 kilogram qat vervoerd. Qat is een voor de gezondheid van personen schadelijke stof. De ingevoerde hoeveelheid was van dien aard dat deze bestemd moet zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. De verspreiding en handel in softdrugs, en als afgeleide het gebruik ervan, betekenen een bedreiging van de volksgezondheid, brengen onrust voor de samenleving met zich en leiden veelal, direct en indirect, tot diverse vormen van criminaliteit.
Het hof ziet in de volgende omstandigheden reden om aan de verdachte geen onvoorwaardelijke vrijheidsstraf op te leggen. In [land01] , waar de verdachte woont, is qat legaal verkrijgbaar. De verdachte is minderjarig en heeft voor zover bekend nooit eerder strafbare feiten gepleegd. Het hof ziet het bewezenverklaarde dan ook als een daad van jeugdige onbezonnenheid. Het hof zal haar hiervoor daarom een volledig voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen, bedoeld als stok achter de deur, opdat de verdachte nooit meer verboden stoffen zal vervoeren of andere strafbare feiten zal plegen.
Het hof acht, alles afwegende, een geheel voorwaardelijke jeugddetentie van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 77a, 77g, 77h, 77i, 77x, 77y en 77z van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van
2 (twee) weken.
Bepaalt dat de jeugddetentie niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. Kengen, mr. N.R.A. Meerbeek en mr. H. Durdu, in tegenwoordigheid van mr. S.M. Schouten, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 22 september 2022.
Mr. Durdu is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.