ECLI:NL:GHAMS:2022:3367

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
24 november 2022
Publicatiedatum
29 november 2022
Zaaknummer
K22/230078
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 Srartikel 12 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vervolging vernieling ruit treinstel wegens civielrechtelijke context

Klaagster deed aangifte tegen beklaagde wegens vernieling van een ruit van een treinstel nadat beklaagde met een brandblusser de ruit insloeg om uit een afgesloten trein te ontsnappen. Het hof beoordeelde of vervolging mogelijk en wenselijk was. Hoewel voldoende aanwijzingen voor vernieling aanwezig zijn, acht het hof vervolging niet opportuun.

Het hof benadrukt dat het strafrecht een ultimum remedium is en dat het in deze zaak vooral gaat om een civielrechtelijke kwestie waarbij klaagster schadevergoeding kan vorderen via de civiele rechter. Beklaagdes handelen wordt afgekeurd, maar de context en het algemeen belang rechtvaardigen geen strafrechtelijke vervolging.

Het beklag tegen het sepot door het openbaar ministerie wordt daarom ongegrond verklaard en het hof bevestigt de beslissing geen vervolging in te stellen.

Uitkomst: Het hof wijst het beklag af en bevestigt het sepot, waardoor geen strafrechtelijke vervolging wordt ingesteld.

Uitspraak

afdeling strafrecht
beklagkamer
rekestnummer K22/230078
Beschikking op het beklag van:
[klaagster01] N.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats01] ,
klaagster,
gemachtigde: [gemachtigde01] , schadebemiddelaar [klaagster01] .

1.Het beklag

Voor het verloop van de procedure en het verhandelde in raadkamer verwijst het hof naar zijn tussenbeschikking van 7 juli 2022.

2.Het verdere verloop van de procedure

Bij de raadkamerbehandeling op 2 juni 2022 heeft de advocaat-generaal het hof in overweging gegeven het beklag toe te wijzen.
Het hof heeft naast de in de tussenbeschikking genoemde stukken kennisgenomen van:
- het proces-verbaal raadkamerbehandeling van 2 juni 2022.
Het hof heeft klaagster in de gelegenheid gesteld op 2 juni 2022 het beklag toe te lichten. Klaagster is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet in raadkamer verschenen.
Voorts heeft het hof beklaagde in de gelegenheid gesteld op 20 oktober 2022 te worden gehoord. Beklaagde is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet in raadkamer verschenen.
De advocaat-generaal is bij de behandelingen in raadkamer aanwezig geweest. Hij heeft aanleiding gevonden het standpunt van de advocaat-generaal bij raadkamerbehandeling op 2 juni 2022 aldus te herzien, dat hij het hof in overweging heeft gegeven het beklag af te wijzen.

3.De beoordeling van het beklag

Klaagster heeft op 6 november 2021 aangifte gedaan tegen beklaagde ter zake van vernieling van een ruit van een treinstel. Beklaagde was in de trein in slaap gevallen en heeft, nadat hij wakker werd in een lege en afgesloten trein, met een brandblusser een ruit van het treinstel ingeslagen, teneinde uit de trein te kunnen komen.
Voor de weergave van de feitelijke uitgangspunten die van belang zijn voor de beoordeling verwijst het hof naar de inhoud van het ambtsbericht.
3.1
Het beoordelingskader
Het hof heeft te beoordelen of de strafrechter die over deze zaak zou moeten oordelen – al dan niet na nader onderzoek – zou kunnen komen tot een veroordeling voor enig strafbaar feit. Daarnaast moet het hof beoordelen of er, gelet op alle omstandigheden, voldoende belang is bij het alsnog instellen van strafrechtelijke vervolging. Indien het antwoord op beide vragen bevestigend luidt, zal een bevel tot vervolging worden gegeven.
Vernieling is strafbaar gesteld bij artikel 350 van Pro het Wetboek van Strafrecht. Voor bewezenverklaring van vernieling/beschadiging is nodig dat kan worden vastgesteld dat de schade is ontstaan door toedoen van beklaagde en dat beklaagde het opzet had op het toebrengen van de schade, dan wel dat hij - gelet op zijn gedrag - welbewust de aanmerkelijke kans op schade heeft aanvaard (voorwaardelijk opzet).
3.2
De overwegingen van het hof
Het hof is van oordeel dat het dossier, gelet op de aangifte van klaagster en de verklaring van beklaagde, voldoende aanwijzingen bevat die de strafrechter tot het oordeel zouden kunnen brengen dat sprake is van vernieling. Naar het oordeel van het hof is vervolging in deze zaak echter niet opportuun.
Gezien het in het beklag gedane verzoek en de gronden waarop dat berust lijkt het klaagster voornamelijk om de vergoeding van de schade te gaan. Dat klaagster mogelijk schade heeft geleden als gevolg van het handelen van beklaagde, is naar het oordeel van het hof in onderhavige zaak onvoldoende reden om de verdere vervolging van beklaagde te gelasten.
Hoewel het hof het gedrag van beklaagde afkeurt en begrijpt dat zijn handelen schade en overlast heeft veroorzaakt voor klaagster, merkt het hof op dat het strafrecht een uiterste middel is ter handhaving van de rechtsorde, dat slechts dient te worden ingezet indien het algemeen belang dat vereist. Mede gelet op de context waarin beklaagde het hem verweten feit heeft gepleegd, is het hof van oordeel dat het in deze zaak voornamelijk om een civielrechtelijke aangelegenheid gaat. Klaagster heeft de mogelijkheid om een eventuele vordering bij de civiele rechter in te dienen op grond van een civiele onrechtmatige daad.
3.3
Conclusie
Tegen die achtergrond bezien kan het hof de wijze van afdoening van de zaak door middel van een sepot door het openbaar ministerie billijken. Het hof is dan ook van oordeel dat er goede redenen zijn om in deze zaak geen vervolging te gelasten. Het beklag is ongegrond.
Het hof zal daarom als volgt beslissen.

4.De beslissing

Het hof wijst het beklag af.
Deze beschikking, waartegen voor betrokkenen geen rechtsmiddel openstaat, is gegeven op
24 november 2022 door mrs. A.W.T. Klappe, voorzitter, P.F.E. Geerlings en M.J. Dubelaar, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. S.S.I. Jackson, griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier.