Uitspraak
1.Het beklag
[beklaagde01](hierna: beklaagde) tegen wie klaagster aangifte heeft gedaan ter zake van verkrachting.
Gerechtshof Amsterdam
Klaagster deed aangifte van verkrachting en het verspreiden van een seksueel getint filmpje door beklaagde. Het hof beoordeelde of er voldoende aanwijzingen waren voor strafbare feiten die een vervolging rechtvaardigen.
De verklaringen van klaagster en beklaagde stonden lijnrecht tegenover elkaar, waarbij beklaagde ontkende en stelde dat de seksuele handelingen consensueel waren. Getuigenverklaringen waren onvoldoende onafhankelijk en steunden grotendeels op klaagsters eigen verklaring. Ook het versturen van het filmpje voldeed niet volledig aan de delictsomschrijving van verspreiding van kinderporno.
Het hof concludeerde dat het dossier naast de aangifte onvoldoende steunbewijs bevatte en dat aanvullend onderzoek geen nieuwe relevante bewijzen zou opleveren. Gezien de leeftijd van klaagster en het geringe leeftijdsverschil met beklaagde, achtte het hof ook een bewezenverklaring van ontucht onwaarschijnlijk.
Daarom werd het beklag ongegrond verklaard en de beslissing van de officier van justitie om niet te vervolgen bevestigd. Het vonnis is onherroepelijk.
Uitkomst: Het hof wijst het beklag af wegens onvoldoende steunbewijs voor vervolging van verkrachting en verspreiding van kinderporno.