ECLI:NL:GHAMS:2022:3595
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsingsverzoek en wijziging partneralimentatie in echtscheidingsprocedure
Partijen zijn gehuwd geweest in gemeenschap van goederen en hun huwelijk is op 8 september 2022 ontbonden. Zij hebben twee minderjarige kinderen, die bij de vrouw wonen en gezamenlijk gezag worden uitgeoefend.
De man is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank waarin onder meer kinder- en partneralimentatie en verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap zijn vastgesteld. Hij verzocht om schorsing van de uitvoerbaarheid van deze beschikking en wijziging van voorlopige voorzieningen.
Het hof overwoog dat de man onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn draagkracht lager is dan door de rechtbank vastgesteld, ondanks een dalende omzet van zijn onderneming. De vrouw heeft betwist dat de daling gerechtvaardigd is en haar behoefte aan alimentatie is aangetoond. Daarom weegt het belang van de vrouw en kinderen zwaarder dan dat van de man bij schorsing.
Wel wijzigde het hof de voorlopige partneralimentatie over de periode van 25 mei tot 8 september 2022 van €760 naar €39 per maand, omdat de man inmiddels dubbele woonlasten heeft. Het teveel betaalde mag worden verrekend met toekomstige termijnen. De proceskosten worden gecompenseerd, ieder draagt zijn eigen kosten.
Uitkomst: Het hof wijst het schorsingsverzoek af en wijzigt de voorlopige partneralimentatie over 25 mei tot 8 september 2022 naar €39 per maand.